Onverklaarde uitslag van jongen gediagnosticeerd nadat artsen zijn laptop onderzochten
Antinucleaire antilichamen (ANA) zijn eiwitten die door het immuunsysteem worden geproduceerd en die per ongeluk de celkern van de lichaamseigen cellen aanvallen. De ANA-test is een bloedtest die de aanwezigheid van deze antilichamen detecteert en wordt vaak gebruikt als screeningsinstrument voor auto-immuunziekten. Wanneer het immuunsysteem niet goed functioneert, kan het antilichamen produceren tegen normale celcomponenten, met name die welke in de celkern worden aangetroffen, zoals DNA, RNA en verschillende eiwitten. De test helpt te identificeren of dit type immuunreactie in het lichaam plaatsvindt.
De ANA-test is bijzonder nuttig bij het diagnosticeren van systemische auto-immuunziekten, met name systemische lupus erythematosus (SLE). Een positieve ANA-uitslag betekent echter niet automatisch dat iemand lupus of een specifieke ziekte heeft. Veel gezonde personen kunnen lage niveaus van antinucleaire antilichamen hebben zonder dat er een auto-immuunaandoening ontstaat. De test wordt doorgaans aangevraagd wanneer iemand symptomen vertoont die wijzen op een auto-immuunaandoening, zoals onverklaarbare gewrichtspijn, vermoeidheid, huiduitslag, koorts of ontsteking die meerdere organen aantast. Andere aandoeningen die geassocieerd worden met positieve ANA-uitslagen zijn reumatoïde artritis, het syndroom van Sjögren, sclerodermie, gemengde bindweefselziekte en auto-immuunhepatitis.
De ANA-test wordt gewoonlijk uitgevoerd met behulp van een techniek die indirecte immunofluorescentie wordt genoemd, waarbij het bloedserum van de patiënt op cellen op een objectglaasje wordt aangebracht. Als er antinucleaire antilichamen aanwezig zijn, binden ze zich aan de celkernen en creëren ze een fluorescerend patroon wanneer ze onder een speciale microscoop worden bekeken. Resultaten worden gerapporteerd als een titer, die het verdunningsniveau aangeeft waarbij antilichamen nog steeds kunnen worden gedetecteerd. Hogere titers duiden over het algemeen op een grotere kans op een auto-immuunziekte, hoewel dit moet worden geïnterpreteerd in combinatie met klinische symptomen en andere testresultaten. Het waargenomen fluorescerende patroon kan ook aanwijzingen geven over welke specifieke antilichamen aanwezig zijn.
Als de ANA-test positief is, zijn vaak aanvullende vervolgonderzoeken nodig om de specifieke soorten antinucleaire antilichamen te identificeren en om een bepaalde auto-immuunaandoening vast te stellen. Deze kunnen onder andere testen omvatten voor anti-dubbelstrengs-DNA-antilichamen, anti-Smith-antilichamen, anti-SSA- en anti-SSB-antilichamen, anti-Scl-70-antilichamen of anti-centromeer-antilichamen. Het is belangrijk om te begrijpen dat een positieve ANA-uitslag moet worden geëvalueerd in de context van iemands symptomen, medische voorgeschiedenis, bevindingen bij lichamelijk onderzoek en andere laboratoriumtests. Zorgverleners gebruiken al deze informatie samen om een nauwkeurige diagnose te stellen en de meest geschikte behandelbenadering te bepalen.
magyar
română
slovenčina
čeština
English
Deutsch
polski
italiano
español
svenska
português
français
dansk
suomi
Nederlands